Vroeg specialiseren echt zo’n boosdoener als men zegt?

Specialisatie vs Diversificatie

Hoewel er geen universele definitie bestaat voor sport specialisatie, wordt het meestal beschreven als “het hele jaar door intensief trainen in één enkele sport waarbij deelname aan andere sporten is uitgesloten”. Dit staat lijnrecht tegenover sport diversificatie (of breed opleiden) dat staat voor het deelnemen aan zoveel mogelijk sporten en activiteiten.

Als we het hebben over het behalen van de top in een bepaalde sport, is het duidelijk dat specialisatie op een bepaald moment noodzakelijk is. De discussie tussen specialisatie en diversificatie gaat dus niet over of er gespecialiseerd moet worden, maar wanneer dat moet gebeuren.

Om antwoord hierop te geven, moet je naar onze mening naar 2 zaken kijken: leidt vroeg specialiseren tot betere prestaties en geeft vroeg specialiseren verhoogde risico’s op negatieve uitkomsten? 

2 perspectieven over vroeg specialiseren

  1. Het prestatie perspectief

Vanuit het prestatie perspectief neemt men aan dat vroeg specialiseren het optimale pad is om de top te behalen. We hebben op ons platform wel eens het boek ‘Piek’ van wetenschapper Anders Ericsson besproken. Ericsson is 1 van de wetenschappers die pleitten dat de verschillen in prestatie tussen individuen te verklaren zijn door verschillen in kwaliteit en kwantiteit van training.

Klik op de afbeelding voor meer info en aanschaf

Met oog op kwantiteit komen we dan al snel uit bij de welbekende 10.000 uren regel als minimale eis om de top te kunnen behalen. Daarnaast maakt de kwaliteit van al dat trainen uit. Het type training dat uitgevoerd moet worden, omschrijft deze groep als “deliberate practice”: een activiteit dat cognitieve en/of fysieke inspanning vereist, de juiste ontwikkeling van vaardigheden stimuleert en als doel heeft de prestatie te verbeteren.

Belangrijk detail in de vroeg specialiseren trend is dat wetenschappers beweren dat hoe eerder je dit doet, hoe verder je uiteindelijk kan komen. Sporters die later beginnen met deliberate practice, kunnen de opgelopen achterstand in dit type training namelijk niet meer in halen.

2. Het ontwikkelingsperspectief

Als we het allemaal eens waren geweest met het prestatieperspectief, hadden we natuurlijk geen discussie gehad. Vanuit het ontwikkelingsperspectief wordt namelijk gesteld dat prestatiegerichte theorieën (zoals het deliberate practice framework) belangrijke psychosociale factoren en factoren rondom ontwikkeling en motivatie negeren. Vroeg specialiseren zou dan ook negatieve gevolgen kunnen hebben zoals blessures en burn-out. Het ontwikkelingsperspectief stelt dan ook dat er alternatieve wegen naar de top zijn. Het meest prominente theoretische framework dat dit illustreert is het Development Model of Sport Participation van Jean Côté en collega’s (2007).

In het Development Model of Sport Participation worden twee verschillende routes naar de top uitgelegd: die van vroeg specialiseren én die van sampling (breed opleiden / diversificatie). Aanhangers van het ontwikkelingsperspectief pleiten voor de route van sampling. Met sampling bedoelen we dat het kind deelneemt in meerdere sporten en activiteiten. Die sporten en activiteiten bestaan vooral uit “deliberate play” in plaats van deliberate practice. Pret en plezier staan voorop en vormen een belangrijke bouwsteen voor de periodes die daar op volgen (specializing en investing).

De wetenschap over vroeg specialiseren

De afgelopen 20 jaar zijn er vanuit verschillende organisaties en bonden zogenaamde “position statements” verschenen die fel adviseren tegen vroeg specialiseren. Wat ik al zei: het concept van vroeg specialiseren is niet meer zo populair. Zo’n sterke consensus lijkt te wijzen op een helder en eenduidig bewijs dat vroeg specialiseren schadelijk is en moet worden vermeden. Maar niets is minder waar. Als we iets verder kijken dan die ingenomen standpunten, zien we dat het bewijs tégen vroeg specialiseren helemaal niet zo robuust is als men doet voorkomen. Dat blijkt onder andere uit de recente review van Alexandra Mosher en haar collega’s (2020).

Alexandra Mosher en haar collega’s onthullen met hun studie de zwakke plekken in de discussie over vroeg specialiseren.

Eén van die zwakke plekken is het feit dat er weinig studies zijn die die expliciet de gevolgen van vroeg specialiseren hebben onderzocht. In plaats daar van bestaat de literatuur vooral uit reviews, commentaren en editorials die vorige onderzoeken herhalen. Maar de absolute achilleshiel is het gebrek aan een universele definitie van vroeg specialiseren.

De inconsistentie in de definitie van vroeg specialiseren maakt het lastig te bepalen wat wel of niet onder vroeg specialiseren valt. Sommige wetenschappers definiëren vroeg specialiseren als “het hele jaar intensief trainen in één enkele sport waarbij deelname aan andere sporten is uitgesloten”. Ja inderdaad, dat is precies hetzelfde hoe ik net sport specialisatie als algemene term heb omschreven. Anderen zeggen juist dat het moment waarop iemand zich gaat focussen op één enkele sport belangrijker is. De één suggereert dat het juist draait om het type training (bijvoorbeeld deliberate practice), terwijl de ander de leeftijd waarop je start en betrokken bent in competitieve sport als belangrijk kenmerk ziet.

Je merkt het al: héél veel verschillende benaderingen. En zonder een consistente benadering over vroeg specialiseren is het onmogelijk om te bepalen of het echt zo schadelijk is voor sporters als men claimt. Maar misschien nog belangrijker: het gebrek aan een duidelijke definitie maakt het verbeteren van sportprogramma’s moeilijk. Het is namelijk onduidelijk welk element van specialisatie negatieve consequenties kan veroorzaken. Is het bijvoorbeeld de intensiteit van training, de leeftijd waarop training/competitie begint of de nadruk op winnen dat zorgt voor overtraining, burn-out en drop-out?

Gevoelig onderwerp

Vroeg specialiseren is een gevoelig onderwerp, vooral als het gaat om talentontwikkeling. Dit thema laat wederom zien dat het vaak makkelijker is om een standpunt in te nemen, dan het daadwerkelijk wetenschappelijk te onderbouwen. Toch klinkt het geluid van “position statements” tegen vroeg specialiseren hard door. Het feit dat bijna alle “position statements” dezelfde boodschap hebben, maakt dat ik zelf altijd een beetje voorzichtig wordt. Een scheve verdeling in literatuur is voor mij een reden om nog kritischer te kijken.

Er wordt dus hard geroepen om niet vroeg te specialiseren. Toch blijft het onduidelijk waarom sommige wetenschappers zo snel tot deze conclusie komen. Vooral als je bedenkt dat er helemaal geen duidelijke definitie en methode is om atleten in te delen als vroeg specialist. Daarnaast hebben we het mogelijke schadelijke mechanisme achter vroeg specialiseren ook nog niet kunnen duiden. In die zin lijkt het wel alsof we achterstevoren zijn begonnen met dit topic. Voor je claims kunt maken, moet je weten waarom vroeg specialiseren een mogelijk voor- of nadeel is. En voor je dat weet, moet je weten wat vroeg specialiseren inhoudt en hoe we het kunnen meten. Hoe je het ook wendt of keert, dat weten en kunnen we nog niet.

Tennis NL

Binnen Tennis NL merken wij ook dat veel opleiders/trainers/coaches van mening zijn dat diversificatie de weg is! Wij vragen dan ook heel vaak aan deze mensen: Waar ligt het bewijs van deze stellingname? Wij zeggen niet dat diversificatie slechter zou zijn… We weten dat niet en sterker nog de wetenschap heeft geen enkel bewijs op dit moment. Wij neigen daarom meer naar de logica en wetenschap beschreven in het boek ‘Piek’ van wetenschapper Anders Ericsson. Wij denken dat Tennis NL de ‘breed opleiden’ aanpak omarmt omdat doelbewuste training experts vereist. Hebben wij binnen Tennis NL een duidelijk beeld van wie experts zijn. Weten leraren van zichzelf of ze experts zijn? Als leraar en dat begint al bij de opleiding, word je heel breed en niet heel erg specifiek opgeleid binnen Tennis NL. Hoe kunnen we dan op een specialisatie/expert manier doceren? In het boek van Ericsson wordt er een ‘Top-Gun’ opleidingsinstituut beschreven voor straaljager piloten. De piloten kregen les van de beste van de beste piloten binnen de Amerikaanse Marine. Worden onze tennisleraren gedoceerd  door de grootste experts binnen Tennis NL? Pret en Plezier is veel makkelijker te doceren dan doelgerichte/doelbewuste expert training. Kan dit een reden zijn waarom tennisleraren in Nederland voor het overgrote deel de weg van diversificatie nu ‘blind’ volgen? Interessant vraagstuk voor ons….

We hebben recent ook veel gehoord binnen de pers over de verslechtering van motorische skills van jonge kinderen. In de instroomtraining van de KNLTB worden rond de 1000 kinderen geselecteerd. We zijn zelf naar deze trainingen gaan kijken en we hebben deze week nog Davis Cup coach Paul Haarhuis horen zeggen dat het niveau van deze kids zeer bedenkelijk is. Deze kinderen tennissen heel weinig. Kinderen spelen niet meer na school op de tennisclub vrij of tegen een muur. Er is een totaal ander tennis landschap ontstaan.

We zien in de aanpak van de KNLTB dat ze ook volledig geloven in de aanpak van breed opleiden. We zien in hun plan ‘Route naar de top’ hele lage adviesuren voor tennis op jonge leeftijd en een must dat ze een andere sport erbij doen. Wij merken dat deze kids helemaal niet zo weinig sporten. Ze doen bijna allemaal andere sporten erbij. Velen zelfs meerdere sporten. 

Wij zijn het uiteraard eens dat kinderen over het algemeen mindere motorische skills hebben anno 2021. Iets wat totaal logisch is met alle schermen de hele dag voorhanden. Maar in Toptennis binnen Tennis NL kunnen we toch ons eigen klimaat creëren. Zeker als de KNLTB al het geld binnen Tennis NL in handen heeft en kan uitgeven hoe zij willen. Paul Haarhuis zei in hetzelfde interview terecht, dat er wel altijd talent zal zijn maar dat het algemene level stukken minder is. Zou je dan als KNLTB in je toptennis beleid voor de jongsten dan niet juist vroeg moeten selecteren. Topsports parameters benoemen en die gaan bekijken bij de talentjes. Voldoe je aan de parameters dan gaat de bond dit talent begeleiden in de breedste zin van het woord. Naar onze mening een veel efficiëntere manier dan nu 1000 kids te selecteren en dan in 2 jaar er 900 uitselecteren. Deze discussie hebben wij al vaak aangewakkerd op ons platform en zullen dit ook blijven doen! We zijn heel erg benieuwd naar jullie meningen.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *