Tennis: Alles wat je moet weten!

1

Wat is tennis?

Tennis is een balsport voor twee spelers (enkelspel) of paren (dubbelspel). De bedoeling van tennis is het over en weer slaan van de tennisbal. Bij tennis moet de bal over het net op de speelhelft van de tegenstander(s) worden geslagen. Het doel is om het de tegenstander(s) onmogelijk te maken de bal op dezelfde wijze terug te slaan.

tennis

Inhoud: Alles wat je moet weten over tennis!

Ondergrond

Gras

Gras is de oudste ondergrond die gebruikt wordt om op te tennissen.Een bekend toernooi waar op gras wordt getennist is Wimbledon. Gras heeft als nadeel dat de bal niet hoog opstuit. Kunstgras is ook een ondergrond binnen de tennissport. Het is een kunstmatig alternatief voor gras en wordt onder meer in de sportwereld toegepast als natuurlijk gras niet toereikend wordt geacht. Normale gras banen bij tennis slijten heel erg snel en zijn daarom voor clubs niet een geschikte ondergrond.

Gravel

Gravel is een mengsel van gemalen puin, zoals baksteen en dakpannen. In Europa en ook in Nederland wordt tennis vaak bespeeld op deze ondergrond. Het is een trage ondergrond waarop de tennisbal een hoge stuit heeft. Baan onderhoud is essentieel voor het speel comfort bij gravel. Er bestaat ook een ‘groene’ variant op gravel banen. Deze tennisbanen worden Canada Tenn banen genoemd. In Nederland is er lange tijd veel geïnvesteerd door clubs in baansoorten die op gravel (in ieder geval optisch) moet lijken. Zogenaamde all-weather banen, zoals Smash court en French Court. 

Hardcourt

Hardcourt is een harde ondergrond voor tennisbanen, op basis van beton of asfalt, waarop een rubberachtige coating is aangebracht die de onderlaag waterdicht afdekt en geschikt is om de belijning op aan te brengen. Professioneel tennis wordt heel veel op deze baansoort beoefend. Er zijn veel verschillende soorten Hardcourt banen, ze verschillen qua snelheid en stuit van de bal.

Tapijt

Tapijt is een ondergrond die op indoorbanen voor tennis wordt gebruikt. Speleigenschappen van tapijt banen zijn: behoorlijk snel, lagere stuit en veel wrijving met de bal. Tapijt ziet men in Nederland steeds minder, veel oudere tennishallen spelen er nog op. Bij vernieuwing wordt meestal tegenwoordig gekozen voor een hardcourt indoor baan. 

Bekijk hieronder een video (Engelstalig) over alle baansoorten om een nog completer beeld te krijgen van de verschillende baansoorten binnen de tennis sport.

Spelregels

Serveren bij tennis

De bal wordt van achter de basislijn in het spel gebracht met de opslag, waarbij de bal met één hand omhoog wordt geworpen en met het racket in de andere hand wordt geslagen. Dit kan onderhands en bovenhands gebeuren (onderhands serveren is weliswaar toegestaan, maar geoefende spelers hebben voordeel aan een bovenhandse service). De bal moet daarbij zonder het net te raken neerkomen in het voorvak van de tegenstander, diagonaal ten opzichte van de kant waarvandaan men serveert. Indien de bal het net raakt (en daarna in het servicevak komt), krijgt men een zogenaamde “let” en moet de opslag over worden gedaan. Dit fenomeen kan zich tot in het oneindige herhalen, zonder dat het punt naar de tegenstander gaat. Een teruggeslagen serveerslag noemt men een return. Een niet door de tegenstander aangeraakte, correcte serveerslag heet een ace.

Men mag eenmaal een foute service doen zonder direct puntverlies. Bij de tweede foute opslag, een dubbele fout genoemd, gaat het punt naar de tegenstander. Men mag bij het serveren de achterlijn niet met de voet(en) raken voordat de bal geraakt is: bij een voetfout is de service altijd fout, zelfs al komt de bal in het juiste vak. De opslagbeurt rouleert per game. Wie goed serveert, heeft over het algemeen meer kans de game te winnen. Verliest men de eigen opslagbeurt, dan heeft de tegenstander een servicebreak gerealiseerd.

Puntentelling in de tennissport

De punten worden geteld volgens een systeem dat waarschijnlijk zijn oorsprong vindt in middeleeuws Frankrijk: 15, 30, 40, game, set en match.

  • Een match of wedstrijd wordt meestal gespeeld naar twee gewonnen sets. In grote toernooien (Grand Slam, Masters en Davis Cup) moeten de mannen drie sets winnen.
  • Een set wordt gewonnen door de speler die het eerst 6 games wint, mits het verschil minimaal twee games bedraagt. Als de stand in een set 6-6 is, zijn er twee mogelijkheden:
    • doorspelen totdat er een verschil van twee games wordt bereikt.
    • een tiebreak spelen.
  • Een game wint men door vier gewonnen punten, die geteld worden als 0 (“love”), 15, 30 en 40. Ook hier is een verschil van twee nodig. Als het 40-40 (“deuce”) wordt, worden er nog minimaal 2 punten gespeeld. De winnaar van het eerste punt komt op voordeel (“advantage”). Als deze speler ook het daaropvolgende punt wint, is het game beëindigd. Als de andere speler echter het tweede punt wint, wordt het opnieuw 40-40. Wanneer men “no-ad” speelt, is het game gewonnen na het eerstvolgende punt bij 40-40. De ontvanger beslist in deze situatie of het punt van links of van rechts wordt aangevangen.

Geschiedenis

Op een oude prent uit 1615 van Chrispijn van de Passe staat een tennisbaan, waar naast tennisballen ook muntstukken te zien zijn. Deze prent vormt een bevestiging van de theorie dat er heel vroeger om geld gespeeld werd. Een wedstrijd was dus een strijd om een ‘wedde’. Aangezien de munteenheid in de Middeleeuwen 60 cent was, levert het spelen om een ‘kwartje’ per punt de scores 15, 30 en 45 cent en tenslotte het spel op. Tegenwoordig is de 45 vervangen door 40 (of de 5 is ‘weggesleten’), maar in teksten uit de vijftiende eeuw komt de 45 nog voor.

(Een andere veel gehoorde verklaring is, dat de punten van het spel aangegeven werden op een klok. De klok werd in vier gelijke stukken verdeeld om de vier punten aan te geven die per game gewonnen moeten worden. De wijzer werd dus eerst bij de 15 gezet, daarna bij 30, dan bij 45 en tenslotte bij 60.)

De stand 40-40 wordt ook wel ‘deuce’ genoemd. Er wordt gezegd dat dit woord ontstaan is door verbastering van de Franse term voor 40-40: ‘quarante deux’. Maar het zou ook kunnen dat het woord ‘deuce’ komt van ‘deux le jeu’. Dit betekent zoveel als ‘aan beiden het spel’, bij welke stand beide spelers dus evenveel punten hebben. Tenslotte is er nog het Franse ‘deux a jouer’ (’nog twee te spelen’) waar ‘deuce’ van afgeleid kan zijn.

Ook de term ‘love’ voor nul punten vindt waarschijnlijk zijn oorsprong in het Frans. De nul lijkt namelijk op een ei, ‘l’oeuf’ in het Frans. De verbastering van dit woord heeft geleid tot ‘love’.

1615 Chrispijn van de passe. Ontstaan van tennis.

Bekijk een video waar de telling van tennis wordt uitgelegd door de KNLTB. De Koninklijke Nederlandse Lawn Tennis Bond:

Soorten slagen en rotaties

  • Forehand – slag waarbij de palm van de speelhand naar voren wordt gehouden. De forehand kan zowel enkelhandig als dubbelhandig geslagen worden.
  • Backhand – slag waarbij de rug van de speelhand naar voren wordt gehouden. De backhand kan zowel enkelhandig als dubbelhandig geslagen worden.
  • Groundstroke – lange slag, die als het ware het hele speelveld bestrijkt.
  • Topspin – te onderscheiden in forehandspin en backhandspin. Techniek waarbij voorwaarts effect wordt bereikt door de bal met een opwaartse beweging en een licht voorwaarts gekanteld racket te spelen.
  • Backspin/slice – te onderscheiden in forehandslice en backhandslice. Techniek waarbij achterwaarts effect wordt bereikt door de bal met een neerwaartse beweging en een licht achterwaarts gekanteld racket te spelen.
  • Dropshot – slag waarbij de speler de bal zodanig speelt dat die zo snel en steil mogelijk vlak achter het net de grond raakt en zo min mogelijk opstuit.
  • Lob – slag waarbij de speler de bal over de tegenstander heen speelt terwijl deze bij het net staat.
  • Smash – slag waarbij een hoge bal (meestal zonder stuit) boven het hoofd wordt gespeeld, door een worpbeweging gelijkaardig aan de opslag.
  • Volley – slag van een bal die niet heeft gestuit, in principe met een korte beweging gespeeld vanaf een positie bij het net.
    • Halfvolley – een bal die, meestal half in het veld staande, vlak na de stuit (dus in de opwaartse beweging van de bal) geslagen wordt.
  • Drive-volley – slag die tijdens een slagenwisseling zonder te stuiteren uit de lucht wordt geslagen op de manier van een normale forehand of backhand.

Materialen die je nodig hebt bij tennis

Ballen

Grootte, gewicht en doorsnede van de bal zijn vastgelegd: de doorsnee van de bal moet ongeveer 6,7 centimeter zijn, het gewicht ongeveer 58 gram en de stuiterhoogte tussen de 1,34 en 1,47 meter (als de bal van ongeveer 2,5 meter hoogte wordt losgelaten). Er zijn ook ballen zonder druk, die harder zijn dan de gewone ballen en anders spelen. Ballen zonder druk gaan langer mee en worden minder snel zacht.

Er worden in de professionele tenniswereld bijna uitsluitend gele tennisballen gebruikt. Tijdens een training kunnen echter wel andere kleuren worden gebruikt.

Kleding

Vooral vroeger speelden tennissers in witte kleding. Op Wimbledon is dat nog steeds verplicht, bij de andere toernooien niet meer. Meestal wordt door mannen een T-shirt of poloshirt met een korte broek gedragen. Vrouwen dragen een tennisjurkje of een shirt met een tennisrok of korte broek. Ook wordt gebruikgemaakt van speciale tennisschoenen.

 

Rackets

Een racket is een sportvoorwerp bestaande uit een frame met een open ring waarover een netwerk van snaren is gespannen en een handvat

Moderne tennisrackets variëren in lengte, van 50 tot 65 cm voor jongere spelers tot 70 cm voor krachtigere, oudere spelers. Naast lengte is er ook een verschil in de grootte van het slagoppervlak. Een groter oppervlak geeft de mogelijkheid tot hardere slagen, terwijl een kleiner oppervlak preciezer is. Gebruikte oppervlaktes liggen tussen 550 en 880 vierkante cm.

De eerste tennisrackets waren gemaakt van hout en waren kleiner dan 550 vierkante cm. In de jaren zeventig werden de eerste rackets van aluminium geproduceerd, waardoor grotere oppervlaktes bereikt konden worden. Met bijvoorbeeld de Wilson T2000 werd nog een uitstapje gemaakt naar rackets van staal, maar na de introductie van composietmateriaal rond 1980 werd dit de nieuwe standaard voor moderne rackets.

Een ander belangrijk onderdeel van een tennisracket zijn de snaren, welke tegenwoordig meestal van synthetisch materiaal worden gemaakt. Enkele topspelers gaven de voorkeur aan natuurlijke vezels, omdat deze een beter ‘gevoel’ en controle zouden geven. Synthetisch materiaal is echter veel duurzamer en goedkoper. Wanneer de snaren dichter op elkaar geplaatst worden levert dit nauwkeurigere slagen op, terwijl een ‘open’ patroon krachtigere slagen geeft. Naast het patroon heeft ook de spanning van de snaren invloed op de slag. Slappere snaren geven krachtigere slagen, doordat de bal als het ware tegen een trampoline aan komt. Strakker gespannen snaren geven juist meer controle, doordat de bal contact heeft met de snaren.

 

We kijken uit naar je ideeën

Laat een reactie achter

TopTennisMateriaal.nl
Logo
Nieuwe Account Aanmaken
Herstel Wachtwoord
Vergelijk items
  • Totaal (0)
Vergelijken
0